Press ESC to close

Discriminatie en pesten viert hoogtij in de gemeente Amsterdam

Volgens het laatste rapport, uitgevoerd in opdracht van de gemeente Amsterdam, heeft 55% van de stadswerkers de afgelopen twaalf maanden te maken gehad met pesterijen, vernedering en/of uitsluiting. Voor werknemers met een niet-Europese achtergrond of met een praktijkopleidingsniveau (mbo) loopt dat cijfer op tot zo’n 60%.

Nog eens zes procent zegt seksuele intimidatie te hebben ervaren.

De bevindingen van onafhankelijk onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut die deze week zijn gepubliceerd, zijn gebaseerd op de antwoorden op een vragenlijst die is ingevuld door bijna 6.900 werknemers, ongeveer 30% van de Amsterdamse gemeentewerknemers. De gemeente zegt representatief te zijn voor de beroepsbevolking wat betreft geslacht, afkomst en leeftijd en iedereen omvat, van stagiaires tot managers.

Vooral managers werden schuldig bevonden aan wangedrag. Volgens het rapport behoren zij tot de meest genoemde (60%) bronnen van discriminatie, wat volgens de onderzoekers zorgwekkend is.

“Tegelijkertijd dragen managers op dit vlak een verantwoordelijkheid om verandering teweeg te brengen”, schreef adjunct-majoor Hester van Buren eerder deze week in een brief aan de gemeenteraadsleden, maar “zij ervaren zelf ook ongewenst gedrag. Het onderzoek komt daarom laat met het zien van de toenemende druk op managers in de organisatie.”

Derde rapport

Het Verwey-Jonker-onderzoek is het derde onafhankelijke rapport dat de gemeente in opdracht van de gemeente heeft onderzocht en ondersteunt de bevindingen van de eerste twee (uitgevoerd door KIS en Muzus en vorig jaar openbaar gemaakt).

“De resultaten van het Verwey-Jonker-onderzoek maken het plaatje compleet: het onderzoek laat zien hoe vaak discriminatie en ander ongewenst gedrag binnen de gemeente Amsterdam voorkomt”, schrijft van Buren. Sinds 2020, schrijft ze, werkt de stad aan verbeteringen op het gebied van de sociale veiligheid, inclusiviteit en diversiteit.

Als het om discriminatie gaat, zegt 14% van de respondenten dat ze er de afgelopen twaalf maanden mee te maken hebben gehad. De meest voorkomende gronden zijn racisme (etniciteit, huidskleur, religie), leeftijd en geslacht/geslacht. “Dat aandeel neemt toe als je je richt op bijvoorbeeld respondenten met een Europese achtergrond en collega’s met een beperking en/of chronische ziekte (25%)”, aldus van Buren.

Ze zegt dat dit onderzoek zal worden gebruikt als basis om toekomstige verbeteringen te meten.

Vooralsnog richten de aanbevelingen van het onderzoek zich op “het vastleggen van verantwoordelijkheden binnen het inclusie- en diversiteitsbeleid, het creëren en behouden van meetbare doelen, het duidelijker definiëren van discriminatie en ander ongewenst gedrag en het betrekken van ervaren deskundigen bij de aanpak.”

Andere adviezen volgen volgens haar na de zomer. “Het is duidelijk: we moeten het beter doen”, schreef van Buren. “De gemeente is ervan overtuigd dat het ook beter kan.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *