Press ESC to close

Nederlanders gebruiken meer hernieuwbare energie, maar lopen nog steeds achter in Europa


Hernieuwbare bronnen waren vorig jaar goed voor 17% van het energieverbruik in Nederland, tegen 15% in 2022, aldus het CBS vrijdag.

De stijging is grotendeels te danken aan wind- en zonne-energie, en het gebruik van biomassa, waarover de afgelopen jaren controverses bestaan, is gedaald. Het resultaat betekent dat het land de doelstelling van 16% uit het nationale energieakkoord heeft overtroffen.

Het gebruik van windenergie is vorig jaar met 25% gestegen, wat grotendeels te danken is aan een toename van de capaciteit – 10% op land en 55% op zee. Het gebruik van zonne-energie steeg met 17% bij een capaciteitstoename van 24%. Hoewel 2023 zonnig was, was de hoeveelheid zonneschijn lager dan die van 2022, aldus het CBS.

Energie uit biomassa, geproduceerd door de verbranding van organisch materiaal zoals hout, is nog steeds verantwoordelijk voor het grootste deel van het gebruik van hernieuwbare energie, maar daalde met 3% ten opzichte van 2022.

Het gebruik ervan door de industrie steeg echter met 61%. Biomassa wordt door de EU beschouwd als een hernieuwbare energiebron, ook al wordt met name het gebruik van houtsnippers als controversieel beschouwd.

Ondanks de stijging en het behalen van de doelstelling staat Nederland nog steeds laag op de Europese ranglijst van hernieuwbare energie. Gemiddeld komt 23% van de energie die in de EU wordt gebruikt uit duurzame bronnen en alleen Luxemburg, België, Malta en Ierland gebruiken minder hernieuwbare energie dan Nederland.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *