Press ESC to close

Oxfam hekelt de uitbuiting van migrerende landarbeiders in NL


Minstens 2,4 miljoen arbeidsmigranten in Europese landbouwbedrijven worden uitgebuit en hebben te maken met lange werktijden, onderbetaling en soms zelfs geweld, volgens een rapport dat woensdag is gepubliceerd door de anti-armoedeorganisatie Oxfam.

Het rapport, opgesteld in samenwerking met de Universiteit van Comillas in Madrid, analyseert de situatie in Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Italië, Nederland, Polen, Spanje en Zweden.

“Spanje, Italië, Frankrijk, Polen en Nederland zijn gekozen omdat zij de vijf belangrijkste producenten van verse groenten en fruit in de EU zijn, goed voor 72% van de totale productie”, aldus het onderzoek.

Volgens officiële cijfers is ongeveer 1 op de 4 werknemers in de Europese landbouwsector migranten, maar in werkelijkheid zouden het er veel meer kunnen zijn, aldus de liefdadigheidsinstelling.

Terwijl in andere landen een aanzienlijk aantal migrerende landarbeiders van buiten de Europese Unie komt, heeft de Nederlandse sector vooral andere EU-burgers in dienst. Er wordt geschat dat tussen de 32.500 en 125.000 EU-burgers op Nederlandse boerderijen werken, voornamelijk uit Midden- en Oost-Europa, en 2.174 worden aangenomen in hun land van herkomst en tijdelijk naar Nederland gedetacheerd.

Het rapport zegt dat Nederlandse werkgevers soms via tussenpersonen werken om ‘gedetacheerde werknemers’ in dienst te nemen, die sociale premies betalen in hun land van herkomst, en daardoor lagere salarissen ontvangen en de toegang tot gezondheidszorg verliezen omdat ze niet als belastingbetalers verschijnen waar ze werken.

Sommige werkgevers schrijven hen vervolgens in voor particuliere gezondheidszorg, waarvan de kosten van het loon worden afgetrokken. Sommige werknemers betalen ook om aangenomen te worden, aldus het rapport.

Het onderzoek voegt eraan toe dat sommige werkgevers in Nederland ‘via uitzendbureaus werven, omdat ze hierdoor onder meer de collectieve arbeidsovereenkomsten in de sector kunnen omzeilen en lagere lonen kunnen betalen, inclusief het gebruik van nulurencontracten.

“Wanneer werknemers zo lang in dienst zijn dat ze wettelijk gezien meer anciënniteitsuitkeringen zouden moeten ontvangen, ontslaan sommige uitzendbureaus, vooral niet-geregistreerde, hen en neemt de werkgever ze opnieuw in dienst via een ander uitzendbureau.”

Uit het onderzoek bleek ook dat de lonen onder de lokale minimumnormen lagen, met aftrek voor de kosten van huisvesting, voedsel en verplichte beschermingsmiddelen. “In Nederland krijgen migrerende landarbeiders ongeveer €10 per uur betaald, de helft van wat niet-migrantenwerknemers verdienen”, aldus het onderzoek.

Onbetaalde overuren

“Migranten krijgen ook te maken met uitgestelde betalingen, weigering van betaling of onbetaalde overuren. Dergelijke gevallen worden in heel Europa gemeld, met name onder Midden- en Oost-Europese migranten in Nederland, waar werknemers vaak te maken krijgen met dergelijke misstanden, maar niet protesteren vanwege het risico ontslagen te worden als ze dat toch doen”, voegt de studie eraan toe.

De studie zegt ook dat “in Nederland en Spanje de angst om je baan te verliezen ertoe leidt dat arbeidsmigranten doorgaans geen medisch verlof opnemen”. Voor vrouwen is de situatie nog erger.

“We willen de onderbuik van de Europese landbouwindustrie blootleggen, die uitbuiting en schendingen van de Europese wetgeving centraal stelt”, aldus Nerea Basterra van Oxfam.

Schendingen van rechten

De groep merkt op dat de EU onlangs nieuwe regels heeft goedgekeurd over toeleveringsketens voor grote bedrijven, die moeten verplichten om schendingen van rechten aan te pakken.

Oxfam roept ook op tot een betere naleving van hogere arbeids- en sociale normen binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de EU.

In een groot rapport dat in opdracht van de Nederlandse overheid in 2020 is gepubliceerd, worden vijftig aanbevelingen gedaan om de situatie te verbeteren van mensen die naar Nederland verhuizen om in de kassen of in de vleesindustrie te werken. Tot nu toe is er echter weinig gedaan, hoewel het ministerie van Sociale Zaken van plan is om in 2025 een vorm van certificeringsprogramma in te voeren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *